Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.Procesverloop
- het schriftelijke wrakingsverzoek van 20 januari 2020;
- de schriftelijke reactie van de rechter op het wrakingsverzoek van 24 januari 2020;
- het dossier in de hoofdzaak.
Rechtbank Oost-Brabant
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen mr. F.M. Rijnbeek, rechter in een bestuursrechtelijke verzetprocedure, wegens het niet tijdig beslissen op haar verzet en het plannen van een zitting zonder motivering over de termijnoverschrijding.
De wrakingskamer heeft het verzoek schriftelijk behandeld en de rechter heeft betoogd dat er geen feiten of omstandigheden zijn die objectief twijfel aan haar onpartijdigheid rechtvaardigen. De rechtbank toetste het verzoek aan artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank oordeelde dat het enkele niet tijdig beslissen en het niet vooraf informeren over de termijnoverschrijding geen uitzonderlijke omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een vermoeden van vooringenomenheid. Ook de schijn van partijdigheid kon hier niet uit worden afgeleid.
Daarom concludeerde de rechtbank dat de vrees voor onpartijdigheid niet objectief gerechtvaardigd is en wees het wrakingsverzoek af. Tegen deze beschikking staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende onpartijdigheid wordt afgewezen.