ECLI:NL:RBOBR:2020:6962
Rechtbank Oost-Brabant
- Wraking
- H.M.H. de Koning
- T. van de Woestijne
- S.M.J. Korthuis - Becks
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak mentorbenoeming
In deze zaak heeft verzoekster een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter die een einduitspraak heeft gedaan in een zaak over mentorbenoeming. De rechtbank had bij beschikking van 18 februari 2020 de Stichting Mentorschap Midden- en Noordoost Brabant ontslagen als mentor en de Stichting Reeling Mentorschap benoemd als mentor, terwijl het verzoek om verzoekster als mentor te benoemen werd afgewezen.
Verzoekster stelde dat de kantonrechter gewraakt moest worden wegens vermeende partijdigheid. De wrakingskamer oordeelde echter dat op grond van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wraking niet meer mogelijk is nadat een rechter een einduitspraak heeft gedaan, omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd.
Daarom werd het wrakingsverzoek niet inhoudelijk behandeld en verklaarde de wrakingskamer verzoekster niet-ontvankelijk. Er was geen reden om het wrakingsverzoek op een zitting te behandelen. Tegen deze beslissing staat geen voorziening open.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat wraking na einduitspraak niet mogelijk is.