ECLI:NL:RBOBR:2020:6970
Rechtbank Oost-Brabant
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens vermeende partijdigheid bij procesbeslissing
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter vanwege vermeende partijdigheid. Zij stelde dat de rechter onrechtmatig een verzoek tot aanhouding van de zaak, gebaseerd op ontbrekende stukken, niet had gehonoreerd en de zaak inhoudelijk wilde behandelen.
De rechter verweerde zich schriftelijk en stelde dat de beslissing een procesrechtelijke was die geen grond voor wraking vormt. Tevens gaf zij aan dat zij bij de uiteindelijke beslissing in de hoofdzaak zou beoordelen welke gevolgen verbonden zijn aan het ontbreken van stukken.
De wrakingskamer oordeelde dat een onwelgevallige procesbeslissing op zichzelf geen reden is voor wraking, tenzij deze zo onjuist of onbegrijpelijk is dat alleen vooringenomenheid als verklaring overblijft. Dit was niet het geval. De wrakingskamer concludeerde dat de rechter onpartijdig is en wees het verzoek af.
De beschikking is openbaar uitgesproken en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens ontbreken van gegronde vrees voor partijdigheid.