ECLI:NL:RBOBR:2020:6971
Rechtbank Oost-Brabant
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens bejegening en onjuiste mededeling
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter in een civiele kantonprocedure, vanwege een opmerking over haar taalvaardigheid na 30 jaar verblijf in Nederland en een onjuiste mededeling over de verzending van het vonnis.
De wrakingskamer heeft het verzoek en de schriftelijke reactie van de rechter bestudeerd en het verzoek mondeling behandeld via een Skype-verbinding. De rechter betreurt de opmerking en erkent de onjuiste mededeling, maar ontkent dat deze wijzen op partijdigheid.
De wrakingskamer oordeelt dat klachten over bejegening niet via wraking maar via een klachtprocedure moeten worden ingediend en dat onjuiste informatieverstrekking geen grond voor wraking vormt. Er zijn geen uitzonderlijke omstandigheden of zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid of de schijn daarvan.
Daarom wordt het wrakingsverzoek afgewezen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor partijdigheid.