Uitspraak
de schriftelijke reactie van de rechter d.d. 24 augustus 2020;
de schriftelijke reactie van verzoeker naar aanleiding van de reactie van de rechter op het wrakingsverzoek d.d. 2 september 2020;
het verstekvonnis d.d. 28 mei 2020.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. W.M. Callemeijn, kantonrechter in de rechtbank Oost-Brabant, locatie Eindhoven, naar aanleiding van een verstekvonnis dat op 28 mei 2020 was gewezen. Verzoeker stelde dat de rechter de verzetzaak niet onbevooroordeeld kon behandelen omdat het verstekvonnis zonder nader onderzoek was toegewezen.
De wrakingskamer beoordeelde eerst de ontvankelijkheid en concludeerde dat het wrakingsverzoek tijdig was ingediend, aangezien het verzoek werd gedaan op de dag van de verzetdagvaarding. Vervolgens werd inhoudelijk onderzocht of er feiten of omstandigheden waren die de onpartijdigheid van de rechter konden schaden.
De wrakingskamer overwoog dat een onwelgevallige beslissing op zichzelf geen grond voor wraking vormt en dat alleen uitzonderlijke omstandigheden die objectief wijzen op vooringenomenheid tot wraking kunnen leiden. Uit het dossier bleek geen zodanige aanwijzing. De beoordeling van de juiste toepassing van de verstektoets behoort toe aan de rechter die de verzetzaak behandelt en valt niet onder de wrakingsprocedure.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.