Uitspraak
1.Procesverloop
2.De beoordeling
3.Beslissing
geenvoorziening open (artikel 8:18, vijfde lid, van de Awb).
Rechtbank Oost-Brabant
Verzoeker maakte bezwaar tegen een omgevingsvergunning voor het herbouwen van een woonhuis en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek en wees dit af. Na ontvangst van de uitspraak diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de rechter die de voorlopige voorziening had afgewezen.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek en stelde vast dat een wrakingsverzoek alleen kan worden gedaan als er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de rechter onpartijdigheid heeft geschonden. Daarnaast is volgens het wrakingsprotocol van de rechtbank Oost-Brabant een wrakingsverzoek na einduitspraak niet ontvankelijk.
Omdat het wrakingsverzoek pas na de einduitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening was ingediend, was het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk. De wrakingskamer wees het verzoek daarom af zonder inhoudelijke behandeling. Tegen deze beslissing staat geen voorziening open.
Uitkomst: Wrakingsverzoek afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid omdat het verzoek na einduitspraak werd ingediend.