ECLI:NL:RBOBR:2020:6977
Rechtbank Oost-Brabant
- Wraking
- H.M.H. de Koning
- S.M.J. Korthuis - Becks
- J.O.Y. Elagab
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak in huisvredebreukzaak
Verzoeker werd op 24 juni 2020 gedagvaard voor de politierechter wegens huisvredebreuk. Hij maakte bezwaar tegen de dagvaarding, maar dit werd op 24 september 2020 ongegrond verklaard. Vervolgens werd hij bij verstek veroordeeld zonder strafoplegging. Op 22 november 2020 diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de politierechter die de zaak behandelde.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek niet ontvankelijk kon worden verklaard omdat de wet geen mogelijkheid biedt tot wraking nadat een einduitspraak is gedaan. Hierdoor kon het verzoek niet worden behandeld en was een mondelinge behandeling niet nodig.
De wrakingskamer besloot op 8 december 2020 het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk te verklaren. Tegen deze beslissing staat voorziening open volgens artikel 515 lid 5 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
Uitkomst: Wrakingsverzoek na einduitspraak is niet-ontvankelijk verklaard.