ECLI:NL:RBOBR:2020:6987
Rechtbank Oost-Brabant
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid bij weigering uitstel
Verzoeker heeft meerdere wrakingsverzoeken ingediend tegen de rechter die zijn beroepen tegen de Raad voor Rechtsbijstand behandelde. Het tweede wrakingsverzoek betreft de weigering van de rechter om uitstel te verlenen voor een mondelinge behandeling, waarop verzoeker zich beroept vanwege medische omstandigheden en vermeende vooringenomenheid.
De rechtbank heeft het wrakingsverzoek inhoudelijk beoordeeld aan de hand van artikel 8:15 Awb Pro en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De rechtbank overweegt dat wraking niet bedoeld is als middel tegen procedurele beslissingen, tenzij er sprake is van vooringenomenheid of de schijn daarvan.
De rechtbank concludeert dat de rechter het uitstelverzoek zorgvuldig heeft beoordeeld en dat de medische verklaring van verzoeker geen acute belemmering aantoonde. Er zijn geen feiten of omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen. Daarom wordt het wrakingsverzoek afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan objectieve aanwijzingen voor partijdigheid.