Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijs.
De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 4 februari 2020:
De verklaring van getuige [getuige 1] [3] , afgelegd tegen verbalisant [naam verbalisant 2] d.d. 6 april 2019:
De verklaring van getuige [getuige 2] [4] , afgelegd tegen verbalisant [getuige 3] d.d. 19 april 2019:
op 6 april 2019] op de [straatnaam 4] te Eindhoven. Gekomen bij het kruispunt waar het verkeersongeval gebeurd is, wilde ik rechtdoor en zag ik het ongeval gebeuren rechts voor mij op het fietspad. Ik reed met mijn auto remmend in de richting van het inmiddels rood geworden verkeerslicht. Ik zag dat de brommer hard reed. Ik schat dat de snelheid tussen de 40 en de 50 km/uur moet hebben gelegen. Ik zag hem een slinger maken om de bocht goed te kunnen nemen, maar daar reed de man met zijn scootmobiel. Ik zag dat hij de scootmobiel raakte net achter het voorwiel waardoor het kantelde. De brommer reed op de verkeerde rijhelft.
De verkeersongevallenanalyse van verbalisanten [naam verbalisant 3] en [naam verbalisant 4] [5] d.d. 30 mei 2019:
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
240 urensubsidiair 120 dagen hechtenis;