Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) heeft bij de rechtbank Oost-Brabant een verzoek ingediend tot verlening van een rechterlijke machtiging voor onvrijwillige opname en verblijf van betrokkene voor de duur van zes maanden op grond van de Wet zorg en dwang (Wzd).
De rechtbank heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld tijdens een mondelinge behandeling waarbij de advocaat van betrokkene, een specialist ouderengeneeskunde en een verpleegkundige zijn gehoord. Betrokkene was niet aanwezig bij de behandeling.
De rechtbank stelt dat de Wzd vereist dat een onafhankelijke arts die betrokkene kort tevoren heeft onderzocht een medische verklaring overlegt, waarin het causale verband tussen de aandoening, het gedrag en het ernstige nadeel wordt vastgesteld. Het door het CIZ overgelegde aanvraagformulier, opgemaakt door een specialist ouderengeneeskunde, voldoet niet aan deze eisen omdat het geen bewijs bevat van eigen onderzoek en onvoldoende informatie geeft over het causale verband.
Daarom concludeert de rechtbank dat niet is voldaan aan de cruciale voorwaarden van artikel 26, vijfde lid, en artikel 27, eerste lid, van de Wzd en wijst het verzoek van het CIZ af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.