Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 januari 2021 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
536.000 niet te hoog is.
Rechtbank Oost-Brabant
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning per waardepeildatum 1 januari 2018, die door verweerder is vastgesteld op €536.000. Eiser stelt een lagere waarde van €512.000 voor, onderbouwd met een taxatierapport. Tevens voert hij aan dat het taxatieverslag en de KOUDV-factoren van vergelijkingsobjecten niet zijn verstrekt.
De rechtbank oordeelt dat de beroepsgrond over het ontbreken van gegevens voor alle vergelijkingsobjecten te laat is ingebracht, omdat eiser dit in het beroepschrift slechts voor één woning heeft aangevoerd. Verweerder heeft aannemelijk gemaakt dat de vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar zijn en dat met verschillen zoals bouwjaar, inhoud en ligging rekening is gehouden. De waardematrix van verweerder wordt als voldoende bewijs gezien.
Het taxatierapport van eiser wordt niet doorslaggevend geacht vanwege het ontbreken van een uitsplitsing van waardeonderdelen. De rechtbank concludeert dat verweerder aan zijn bewijslast heeft voldaan en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €536.000 wordt ongegrond verklaard.