ECLI:NL:RBOBR:2021:1248

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
4 maart 2021
Publicatiedatum
23 maart 2021
Zaaknummer
8527028 CV EXPL 20-3066
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 lid 1 sub c Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 5 lid 3 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004Verordening (EG) nr. 861/2007Verordening (EU) 2015/2421
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Compensatievordering wegens geannuleerde vlucht door staking Franse luchtverkeersleiding afgewezen

Eisers hadden een vlucht geboekt van Marrakesh naar Eindhoven die werd geannuleerd. Zij vorderden compensatie van € 400 per persoon en additionele kosten van € 325 op grond van Verordening 261/2004. Verweerster, Ryanair, stelde dat de annulering het gevolg was van een staking van de Franse luchtverkeersleiding, een buitengewone omstandigheid die compensatie uitsluit.

De rechtbank oordeelde dat hoewel de staking met een NOTAM-bericht was onderbouwd, Ryanair onvoldoende bewijs leverde dat de staking daadwerkelijk de annulering van de vlucht noodzakelijk maakte. Er ontbraken specifieke slotberichten die de wijziging van vluchttijden door de staking aantoonden. De enkele vermelding van minimale dienstverlening in het NOTAM-bericht was onvoldoende om de annulering te rechtvaardigen.

Daarom werd het beroep op buitengewone omstandigheden verworpen en werd de compensatie van € 800 toegekend. De gevorderde additionele kosten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten werden toegewezen. Ryanair werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Ryanair wordt veroordeeld tot betaling van € 800 compensatie en bijkomende kosten wegens onterecht geannuleerde vlucht.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht
Zittingsplaats Eindhoven
Zaaknummer : 8527028
Rolnummer : 20-3066
Uitspraak : 4 maart 2021
Beschikking op grond van Verordening (EG) nr. 861/2007, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/2421
in de zaak van:

1.[eiser sub 1] ,

2. [eiser sub 2],
beiden wonende te [plaats] ,
eisers,
gemachtigde: Probe ASP h.o.d.n. Aviclaim,
tegen:
de vennootschap naar buitenlands recht
Ryanair DAC,
gevestigd te Swords, Co. Dublin, Ierland,
verweerster,
gemachtigde: mr. A.C.J. Houwers, Dirkzwager advocaten & notarissen N.V.

1.Het verloop van het geding

1.1.
Dit blijkt uit het volgende:
het vorderingsformulier A van de verordening (EG) nr. 861/2007 met producties;
het verweerschrift met producties;
de conclusie van repliek met producties;
e conclusie van dupliek.
1.2.
Tot slot is een datum voor beschikking bepaald.

2.De feiten

Tussen partijen staat, voor zover voor de beoordeling van belang, het volgende vast.
Eisers hadden een vlucht geboekt voor [datum] met vluchtnummer [nummer] van Marrakesh, Marokko naar Eindhoven.
Vlucht [nummer] is geannuleerd.

3.Het geschil

3.1.
Eisers stellen het volgende. Aangezien vlucht [nummer] is geannuleerd hebben zij op grond van Verordening 261/2004 (hierna de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie (hierna: HvJ EU) inzake onder meer
Sturgeonen
Nelsonrecht op financiële compensatie van € 400,00 per persoon. Van een buitengewone omstandigheid was geen sprake. Ook als gevolg van de annulering gemaakte additionele kosten van € 325,00 dient verweerster te voldoen.
3.2.
Op grond van het voorgaande vorderen eisers betaling van een hoofdsom van € 1125,00, te vermeerderen met de wettelijke rente, de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten.
3.3.
Verweerster voert het volgende verweer. Er is sprake geweest van een buitengewone omstandigheid in de zin van artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening. Op [datum] werd door de Franse luchtverkeersleiding gestaakt. Uit een NOTAM-bericht blijkt dat de staking grote gevolgen had voor het Franse luchtruim. De route van de vlucht in kwestie gaat door het Franse luchtruim heen. Doordat er weinig accurate ondersteuning vanuit de luchtverkeersleiding zou plaatsvinden heeft verweerster moeten besluiten de vlucht te annuleren. In deze situatie is sprake van een gebeurtenis waarover verweerster geen controle heeft bij de normale uitoefening van haar activiteiten. Annulering kon ondanks het treffen van redelijke maatregelen niet voorkomen worden. Eisers vorderen daarnaast ook hotel kosten. Verweerster merkt op dat eisers deze vordering gebrekkig onderbouwen met een slecht leesbare factuur waardoor niet vastgesteld kan worden of de kosten redelijk en noodzakelijk waren.
3.4.
Primair verzoekt verweerster daarom de vordering af te wijzen met veroordeling van eisers in de proceskosten en nakosten. Subsidiair dienen bij een toewijzing van de hoofdsom de gevorderde wettelijke rente en de vordering voor (overige) kosten te worden afgewezen.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt vast dat de vordering binnen het toepassingsbereik van de Europese procedure voor geringe vorderingen valt.
4.2.
Voorts wordt vastgesteld dat de Nederlandse rechter bevoegd is kennis te nemen van het geschil. Meer specifiek is, gelet op het Rehder-arrest (ECLI:EU:C:2009:439, Hof van Justitie EG/EU, 09-07-2009, C-204/08), de kantonrechter te Eindhoven bevoegd, omdat de overeengekomen plaats van aankomst Eindhoven is.
4.3.
Beoordeeld dient te worden of verweerster terecht een beroep doet op artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening. Vooropgesteld wordt dat eisers in het onderhavige geval, op grond van artikel 5 lid 1 sub c van Pro de Verordening, in beginsel recht hebben op de in artikel 7 van Pro de Verordening genoemde compensatie van (in dit geval) € 400,00 per passagier.
4.4.
De luchtvervoerder is niet verplicht de compensatie te betalen indien er sprake is van buitengewone omstandigheden in de zin van artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening.
4.5.
Verweerster heeft met een NOTAM-bericht voldoende onderbouwd dat sprake is geweest van een staking van de Franse luchtverkeersleiding. Zij heeft echter onvoldoende onderbouwd waarom dit ertoe heeft geleid dat de onderhavige vlucht geannuleerd moest worden. De door verweerster overgelegde stukken bevatten immers geen specifiek besluit van de luchtverkeersleiding voor de onderhavige vlucht. Zij heeft geen slotberichten, SAM (Slot Allocation Message) of SRM (Slot Revision Message), van de luchtverkeersleiding overgelegd aan de hand waarvan opgemaakt kan worden of er nieuwe tijdslots zijn afgegeven vanwege de staking van de luchtverkeersleiding. Verweerster verwijst naar een zaak van de rechtbank Noord-Holland met betrekking tot dezelfde vluchtdatum, namelijk [datum] (ECLI:NL:RBNHO:2019:4442), waarbij de luchtvaartmaatschappij naast een NOTAM ook slotberichten (SAM en/of SRM) heeft overgelegd waaruit opgemaakt kon worden dat de slottijden van de vlucht zijn gewijzigd vanwege de staking van de luchtverkeersleiding (code IE 82 TC Industrial action – Controllers strike- ATFM due to STC STAFF/EQUIPMENT ENROUTE). In onderhavig geval heeft verweerster geen enkel document overgelegd waaruit opgemaakt kan worden dat slotberichten zijn afgegeven voor vlucht [nummer] vanwege de staking van de luchtverkeersleiding. Verweerster verwijst naar een NOTAM-bericht waarin staat ‘a minimum service will be ensured, actual ATC capacity will be determined according to available staff’. Hieruit volgt geenszins dat vliegverkeer niet mogelijk was, er staat immers dat een minimale service werd gegarandeerd vanuit de luchtverkeersleiding. Uit het overgelegde NOTAM-bericht kan niet worden afgeleid dat verweerster onderhavige vlucht noodgedwongen heeft moeten annuleren vanwege de staking van de Franse luchtverkeersleiding. Derhalve is niet, althans onvoldoende, komen vast te staan dat de annulering van vlucht [nummer] noodzakelijk is geworden als gevolg van de staking van de luchtverkeersleiding in Frankrijk. Het beroep van verweerster op buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening, kan dan ook niet slagen. De vordering van eisers tot betaling van een compensatie van € 800,00 (€ 400,00 per passagier) zal worden toegewezen.
4.6.
Eisers vorderen tevens vergoeding van de gemaakte kosten. De kantonrechter overweegt het volgende.
Bij het vorderingsformulier hebben eisers in het kader van de gevorderde additionele kosten een niet goed leesbare factuur zonder enige nadere motivering overgelegd. Eisers hebben deze niet nader toegelicht of nader onderbouwd. Het had op de weg van eisers gelegen om – mede gelet op het verweer van verweerster – een nadere toelichting te verstrekken, teneinde de kantonrechter in staat te stellen te beoordelen of de gevorderde kosten betrekking hebben op de verplichting tot verzorging, en zo ja, of deze kosten noodzakelijk, passend en redelijk zijn geweest. Nu eisers dit niet hebben gedaan, komt dit voor hun risico. Geoordeeld wordt daarom dat het onduidelijk is gebleven waarop de gevorderde additionele vergoeding precies ziet en hoe de hoogte van deze vordering tot stand is gekomen. Het gevorderde bedrag van € 325,00 wordt daarom afgewezen.
4.7.
Tegen de gevorderde wettelijke rente is door verweerster geen afzonderlijk inhoudelijk verweer gevoerd, zodat deze ook zal worden toegewezen.
4.8.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. Op grond van de overgelegde producties stelt de kantonrechter vast dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Hoewel het merendeels gaat om standaardbrieven gaat het in onderhavig geval om werkzaamheden van substantiële aard en omvang.
4.9.
Verweerster wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.

5.De beslissing

De kantonrechter:
veroordeelt verweerster om aan eisers te betalen de som van € 800,00, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf [datum] tot aan de dag van voldoening;
veroordeelt verweerster om aan eisers te betalen een bedrag van € 168,75 aan buitengerechtelijke incassokosten;
veroordeelt verweerster in de kosten van de procedure, aan de zijde van eisers tot heden vastgesteld op € 236,00 aan griffierecht en € 374,00 als bijdrage in het salaris van de gemachtigde (niet met btw belast);
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.J. Godrie, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2021.