ECLI:NL:RBOBR:2021:1514
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen bezit hennep na niet-actieve kwekerij
De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van een hoeveelheid hennep van meer dan 30 gram in een pand te [woonplaats]. De hennepkwekerij was niet in werking ten tijde van ontdekking; alleen afgeknipte steeltjes en resten werden aangetroffen. Verdachte verklaarde dat medeverdachte verantwoordelijk was voor de teelt en oogst, die buiten de ten laste gelegde periode plaatsvond.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de ten laste gelegde stroomdiefstal, omdat niet kon worden vastgesteld dat elektriciteit werd gestolen binnen de periode. Verdachte had bekennende verklaringen afgelegd en volhardde daarin. Uit de bewijsmiddelen bleek dat verdachte samen met medeverdachte de kwekerij had opgebouwd en onderhouden, waarbij zij de beschikking en verantwoordelijkheid deelden.
De rechtbank hield rekening met het feit dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking was geweest en dat hij volledige medewerking had verleend. De straf werd bepaald op een taakstraf van 70 uren, lager dan de eis van 80 uren, vanwege het beperkte aantal bewezen feiten. De redelijke termijn was met ruim negen maanden overschreden, maar gezien de strafsoort werd volstaan met een constatering van deze overschrijding.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 70 uren voor medeplegen van het bezit van hennep en vrijgesproken van stroomdiefstal en telen.