ECLI:NL:RBOBR:2021:1579
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag leges voor aanvraag omgevingsvergunning ondanks betwisting bevoegdheid en aard aanvraag
Eiser, eigenaar van een pand waar hij een bed and breakfast exploiteert, diende op 22 oktober 2018 formulieren in die door de gemeente Waalre werden opgevat als een aanvraag om een omgevingsvergunning. Verweerder legde daarop een aanslag leges van €350,- op. Eiser stelde primair dat de aanslag niet bevoegdelijk was opgelegd vanwege onduidelijkheid over de bevoegdheid van de heffingsambtenaar en subsidiair dat het slechts een melding betrof van een niet-vergunningsplichtige activiteit.
De rechtbank oordeelde dat het college van burgemeester en wethouders de heffingsambtenaar bevoegd heeft aangewezen op grond van artikel 231 van Pro de Gemeentewet, gekoppeld aan een functie en niet aan een persoon. De ambtenaar vergunningen die de aanslag ondertekende was gemandateerd op grond van een algemeen mandaatbesluit en het mandatenregister. Daarmee was de aanslag bevoegdelijk opgelegd.
Ten aanzien van de subsidiaire grond stelde de rechtbank vast dat uit de ingediende formulieren blijkt dat sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning en niet slechts een melding. De vraag of de activiteit vergunningsplichtig is, valt buiten deze procedure en kan in een handhavingsprocedure worden behandeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag leges wordt ongegrond verklaard en de aanslag wordt gehandhaafd.