ECLI:NL:RBOBR:2021:1594
Rechtbank Oost-Brabant
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Schorsing executie vonnis ontbinding huurovereenkomst wegens kinderopvangtoeslagaffaire
Op 4 februari 2019 sloten eiseres en gedaagde een huurovereenkomst voor een woning met een huurprijs van €1.550 per maand. Gedaagde vorderde ontbinding en ontruiming wegens stelselmatig niet betalen van huur. De kantonrechter ontbond de huurovereenkomst bij verstek en veroordeelde eiseres tot ontruiming en betaling van achterstallige huur.
Eiseres, gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire, ontving een vergoeding van €30.000 van de Belastingdienst. Op grond van artikel 49i van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen geldt een afkoelingsperiode waarin executie van vorderingen die vóór deze periode zijn ontstaan, geschorst wordt.
Omdat eiseres geen huurachterstand meer had en de vorderingen grotendeels vóór de afkoelingsperiode waren ontstaan, schorst de kantonrechter de executie van het vonnis voor ontruiming en huurbetaling tot 12 februari 2022, onder voorwaarde dat eiseres tijdig de huur blijft betalen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Executie vonnis ontbinding huurovereenkomst en ontruiming geschorst tot 12 februari 2022 onder voorwaarde tijdige huurbetaling.