ECLI:NL:RBOBR:2021:1651
Rechtbank Oost-Brabant
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek na einduitspraak in verkeersboetezaak
Verzoekster kreeg een verkeersboete opgelegd wegens een snelheidsovertreding op 22 augustus 2018. Tegen deze beslissing werd beroep ingesteld, dat op 2 februari 2021 door de rechter ongegrond werd verklaard. Op 3 februari 2021 diende de gemachtigde van verzoekster een wrakingsverzoek in tegen de rechter die het beroep behandelde.
Dit wrakingsverzoek bereikte de wrakingskamer pas op 15 maart 2021, ruim zes weken na de indieningsdatum. Volgens het wrakingsprotocol van de rechtbank Oost-Brabant en de geldende wetgeving kan een wrakingsverzoek niet worden behandeld indien het na de einduitspraak in de hoofdzaak wordt ingediend.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek niet-ontvankelijk is omdat het na de einduitspraak is gedaan en er geen wettelijke grond is voor wraking na die uitspraak. Een mondelinge behandeling van het verzoek is daarom niet nodig. De beslissing werd op 6 april 2021 genomen door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Oost-Brabant.
Uitkomst: Wrakingsverzoek is afgewezen wegens te late indiening na einduitspraak.