Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
- mevrouw mr. A.P.G.M. Schreurs;
- de rechter.
Rechtbank Oost-Brabant
Op 1 april 2021 heeft de meervoudige wrakingskamer van de Rechtbank Oost-Brabant het wrakingsverzoek van verzoeker behandeld. Verzoeker wilde rechter E.C.M. de Klerk wraken vanwege diens eerdere betrokkenheid bij een klachtzaak tegen het langdurig verblijf van verzoeker in een separeerruimte.
De wrakingskamer overwoog dat een rechter slechts gewraakt kan worden indien er concrete, bijzondere omstandigheden zijn die een zwaarwegende aanwijzing vormen voor (de schijn van) partijdigheid. Het enkele feit dat de rechter eerder in een andere procedure met verzoeker te maken had gehad, is onvoldoende grond voor wraking. Verzoeker bracht geen aanvullende feiten aan ter onderbouwing van het wrakingsverzoek.
Daarom concludeerde de wrakingskamer dat het wrakingsverzoek ongegrond was en wees het af. De beslissing werd mondeling uitgesproken in het Paleis van Justitie te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen rechter De Klerk is afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid.