Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
- zowel de besluitvorming om het slachtoffer om het leven te brengen als de uitvoering daarvan hebben in hevige drift plaatsgevonden;
- de tijdspanne tussen het moment van besluitvorming en uitvoering is uiterst kort geweest; en
- als er al gelegenheid tot beraad is geweest, dan is die gelegenheid pas ontstaan tijdens de uitvoering van het besluit.
Het oordeel van de rechtbank.
De toedracht.
De verklaringen van de verdachte.
Juridisch kader.
De toepassing van het juridisch kader op de feiten.
De fase na de eerste klap, als de verdachte besluit het slachtoffer op het hoofd te slaan en daarmee door te gaan.
3. De periode waarin de verdachte in de veronderstelling is dat het slachtoffer is overleden, hij weer beneden komt, de hamer oppakt en wederom begint met slaan.
Conclusie.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf.
- de verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte;
- de proceshouding van de verdachte;
- zijn blanco justitiële documentatie;
- de negatieve rol die het slachtoffer in het leven (en in de psychische ontregeling) van de verdachte heeft gespeeld;
- de impact van de Wet straffen en beschermen op de feitelijke duur van de onvoorwaardelijke gevangenisstraf, indien de rechtbank een gevangenisstraf van langere duur dan vijf jaren en negen maanden oplegt.