ECLI:NL:RBOBR:2021:2238
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor doodslag na dodelijk geweld op slachtoffer in Eindhoven
Op 16 februari 2020 werd het slachtoffer zwaar mishandeld in Eindhoven, waarbij verdachte hem met kracht op het hoofd heeft gestampt terwijl het slachtoffer weerloos op de grond lag. Het slachtoffer overleed kort daarna aan de opgelopen letsels.
De rechtbank oordeelde dat verdachte voorwaardelijk opzet had op de dood van het slachtoffer, omdat hij willens en wetens de aanmerkelijke kans op overlijden heeft aanvaard door zijn geweldshandeling. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 jaar met aftrek van voorarrest.
De rechtbank wees materiële schadevergoedingen toe aan de broers en moeder van het slachtoffer, maar wees de immateriële schadevergoedingen af wegens het ontbreken van een bijzondere affectieve relatie zoals vereist door de wet. De straf en schadevergoedingen zijn opgelegd met wettelijke rente en gijzeling als dwangmiddel bij niet-betaling.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, het recidivegevaar van verdachte en het grote leed van de nabestaanden. Verdachte had eerder soortgelijke geweldsdelicten gepleegd en pleegde het delict tijdens proeftijd. De rechtbank vond een lange gevangenisstraf passend ter vergelding en beveiliging van de maatschappij.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 9 jaar gevangenisstraf voor doodslag met toekenning van materiële schadevergoeding aan nabestaanden.