ECLI:NL:RBOBR:2021:2540
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens hennepkwekerij
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van de burgemeester om hun woning te sluiten voor drie maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet, vanwege de aanwezigheid van een professioneel opgezette hennepkwekerij met 284 planten in de schuur. De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekers een spoedeisend belang hebben bij de voorlopige voorziening, maar dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting.
De noodzaak van de sluiting wordt bevestigd door de ernst van de overtreding, de aantrekking van criminele activiteiten door de kwekerij, en het illegaal aftappen van stroom. Ook de tijd tussen ontdekking en sluiting doet niet af aan de noodzaak. Verzoekers betogen dat er geen overlast was en dat zij financieel benadeeld worden, evenals de kinderen die in examenjaar zitten, maar dit leidt niet tot het afzien van sluiting.
De voorzieningenrechter acht het ongeloofwaardig dat verzoekster niet op de hoogte was van de kwekerij en benadrukt dat het de verantwoordelijkheid van verzoekers is om zelf vervangende woonruimte te regelen. De burgemeester heeft een alternatief geboden. De aanwezigheid van een gastouderopvang aan huis draagt juist bij aan de ernst van de overtreding. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wegens hennepkwekerij wordt afgewezen.