ECLI:NL:RBOBR:2021:2674
Rechtbank Oost-Brabant
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen aanslag zuiveringsheffing en watersysteemheffing 2020
Eiser was eigenaar en gebruiker van een woning en stond ingeschreven op het adres waarvoor de aanslag zuiveringsheffing en watersysteemheffing voor 2020 is opgelegd. De heffingsambtenaar legde de aanslag op en verklaarde het bezwaar van eiser ongegrond. Eiser stelde beroep in tegen deze beslissing.
De rechtbank overwoog dat alleen de aanslag over 2020 aan de orde kan komen, niet die over voorgaande jaren of verzoeken om ambtshalve vermindering of kwijtschelding. Eerder procedeerde eiser al tegen aanslagen over 2018, waarbij het hof uitsloot dat teruggaaf voor eerdere jaren mogelijk is via deze procedure.
Eiser voerde aan dat de aanslag onterecht is opgelegd en beriep zich op het gelijkheidsbeginsel door zijn situatie te vergelijken met een meerpersoonshuishouden. Dit werd verworpen omdat geen sprake is van gelijke gevallen. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen toezegging van de heffingsambtenaar was gebleken.
De rechtbank concludeerde dat de aanslag terecht is opgelegd en verklaarde het beroep ongegrond. De uitspraak werd gedaan door rechter A.F. Vink op 9 juni 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag zuiveringsheffing en watersysteemheffing 2020 wordt ongegrond verklaard.