In deze civiele bodemzaak vordert eiser een achterstallige reiskostenvergoeding van zijn werkgever, Thuiszorg Olympia, over de periode juli 2018 tot januari 2019. Na een tussenvonnis waarbij Olympia werd veroordeeld tot het verstrekken van overzichten van dienstreizen, is de hoogte van de vergoeding nader beoordeeld.
Eiser heeft zijn eis verminderd tot €3.610,37 netto, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 24 januari 2019. Olympia betwist de berekening deels, onder meer vanwege vermeende onjuiste kilometeropgave en een afspraak dat kilometers van werk naar huis niet vergoed worden. De kantonrechter corrigeert een foutieve kilometeropgave met een vermindering van €11,07 en verwerpt het verweer over de niet-vergoede kilometers wegens te late ingebracht verweer.
Verder wijst de rechter het verweer af dat specificaties ontbreken, omdat Olympia dit niet concreet heeft onderbouwd. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de dagvaarding, 22 november 2019, omdat de vergoeding niet opeisbaar was bij het einde van de arbeidsovereenkomst. Olympia wordt veroordeeld tot betaling van de reiskostenvergoeding, wettelijke rente, wettelijke verhoging en proceskosten, terwijl haar reconventionele vorderingen worden afgewezen en proceskosten worden gecompenseerd.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en sluit het geschil over de reiskostenvergoeding af, waarbij de kantonrechter bevestigt dat tussen partijen een arbeidsovereenkomst bestond.