Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.Inleiding
2.De procedure
- het tussenvonnis van 18 maart 2020;
- de conclusie van antwoord in reconventie jegens [gedaagde sub 2] ;
- het proces-verbaal van de comparitie van 23 maart 2021.
3.Feiten
“Notitie met Overzicht onderzoekhandelingen in vervolgonderzoek”van I-TEK (overgelegd als productie 12 bij dagvaarding) houdt onder meer in:
4.Het geschil
in conventie en in reconventie
5.De beoordeling
“Op een gegeven moment kwam [A] bij IME. Hij moest opdrachten wegzetten bij kleine leveranciers. Hij zei ons dat hij problemen wilde voorkomen. Hij wilde dat het via ons zou lopen om een eventueel noodzakelijke aanbesteding te voorkomen. [A] kwam bij ons met facturen van bijvoorbeeld dakbedekking en een zwembad. Ik kreeg van de gemeente de informatie die ik op de facturen moest zetten. Wij betaalden de dakbedekking etcetera. De gemeente betaalde ons. Voor de moeite kregen wij een marge. Het voelde als elkaar helpen. De gemeente heeft een zwembad en ook een groot dak. Deze gang van zaken begon toen [A] aantrad als inkoper. Toen kwam ook de aanbesteding op. Daarover was destijds nog niet zoveel bekend”.
“Ik bracht soms marges in rekening. De hoogte […] bepaalde [A] . Hij zette dan een iets hoger bedrag op de opdrachtbevestiging aan ons. Soms was dat 5%, soms 10%. IME heeft nooit voorrijkosten aan de gemeente in rekening gebracht. We hebben verder kosteloos tekeningen gemaakt. Dat zit ook in de marges. Het is dus niet zo dat we voor die marges niets deden”.
6.De beslissing
30 juni 2021voor uitlating door de gemeente of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel;
bewijsstukkenwil overleggen, die stukken direct in het geding moet brengen;
getuigenwil laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden
juli 2021 t/m maart 2022direct moet opgeven, waarna dag en uur van de getuigenverhoren zullen worden bepaald;
in het gerechtsgebouw te Eindhoven aan Stadhuisplein 4;
alle partijenuiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor
alle beschikbare bewijsstukkenaan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen;