Eiseres betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van haar woning per waardepeildatum 1 januari 2018, gesteld op €232.000, en vordert een lagere waarde van €221.000. Verweerder onderbouwt zijn waardering met een taxatierapport en vergelijkingsobjecten die qua ligging, bouwjaar en voorzieningen goed overeenkomen met de woning.
Eiseres voert aan dat zij niet alle benodigde gegevens heeft ontvangen om de waardering te controleren, zoals de grondstaffel en taxatiekaart met KOUDV- en liggingsfactoren. De rechtbank oordeelt echter dat verweerder voldoende informatie heeft verstrekt en dat eiseres dit tijdens de hoorzitting had moeten aangeven. De waardering van verweerder wordt als voldoende onderbouwd en inzichtelijk beoordeeld.
Daarnaast verzoekt eiseres om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank stelt vast dat de termijn niet is overschreden omdat de aanvang van de redelijke termijn wordt vastgesteld op de datum van indiening van het aanvullend bezwaarschrift, 18 september 2019. Gezien de procesopstelling van eiseres en de correspondentie over de planning van hoorzittingen, is er geen reden tot toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wijst het verzoek om schadevergoeding af en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A.F. Vink op 17 juni 2021 te 's-Hertogenbosch.