ECLI:NL:RBOBR:2021:2926

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
20 mei 2021
Publicatiedatum
22 juni 2021
Zaaknummer
WR 21/017
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek rechter in zaak Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die betrokken is bij een procedure op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Verzoeker stelde dat de rechter partijdig was omdat deze tijdens de zitting het woord gaf aan een advocaat die verzoeker niet als zijn advocaat erkent.

De rechtbank heeft het wrakingsverzoek beoordeeld aan de hand van de criteria voor rechterlijke onpartijdigheid. Hierbij is vastgesteld dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid opleveren. De rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en het enkele feit dat de rechter het woord gaf aan de toegevoegde advocaat is onvoldoende om partijdigheid aan te nemen.

Daarnaast heeft de rechtbank overwogen dat verzoeker op dit moment onvoldoende in staat is zijn eigen belangen goed waar te nemen en dat hem ziekte-inzicht ontbreekt. Daarom is besloten dat een eventueel volgend wrakingsverzoek tegen dezelfde rechter in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen.

De rechtbank wijst het wrakingsverzoek af, bepaalt dat de onderliggende zaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek en sluit de deur voor verdere wrakingsverzoeken tegen deze rechter in deze procedure.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en een volgend verzoek tot wraking wordt niet in behandeling genomen.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK OOST-BRABANT

Wrakingskamer
zaaknummer: WR 21/017
Proces-verbaal van de mondelinge beslissing van 20 mei 2021
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker]
wonende en verblijvende in [woonplaats]
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. J. Iding,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het proces-verbaal van de zitting van 12 mei 2021 waarin het mondelinge, op die zitting gedane wrakingsverzoek en de gronden daarvoor zijn vermeld;
  • de schriftelijke reactie van de rechter van 17 mei 2021;
  • de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek op 20 mei 2021.
De rechter is naar de zitting gekomen. Verzoeker heeft via skype deelgenomen aan de zitting, bijgestaan door [naam] , regiebehandelaar / verpleegkundig specialist van de GGZ te Eindhoven.
Na het sluiten van de mondelinge behandeling heeft de wrakingskamer de volgende mondelinge beslissing genomen.

2.Het wrakingsverzoek

Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met zaaknummer C/01/370289 / FA RK 21-1914. Het betreft een zaak op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Tijdens de zitting van 12 mei 2021 heeft de rechter zich voor de juridische aspecten van de zaak gewend tot de aan verzoeker toegevoegde advocaat
mr. M.J.J. Spieringhs. Verzoeker heeft de rechter gewraakt, omdat hij mr. Spieringhs niet als advocaat wil en de rechter haar toch het woord wilde geven. In het
proces-verbaal van de zitting van 12 mei 2021 staat hierover:
“Nee, daar vraag je niks aan! Ik wil mijn eigen advocaat! Ik ben mijn eigen advocaat! Je vraagt haar niks anders wraak ik u! Dan wraak ik u! (…). Ik heb mijn eigen advocaat! Ik wil niks met mevrouw Spieringhs te maken hebben!”.

3.De beoordeling

3.1
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid.
3.2
Zoals hiervoor is aangegeven, heeft verzoeker de rechter gewraakt omdat hij
mr. Spieringhs niet als advocaat wil en de rechter haar op de zitting van 12 mei 2021 toch het woord wilde geven over de juridische aspecten van de zaak. Hieruit blijkt echter op geen enkele manier een aanwijzing voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Het wrakingsverzoek wordt daarom afgewezen.
3.3.
De rechtbank heeft gelet op de aard van de verzochte maatregel in de onderliggende zaak, waarbij uit het oordeel van deskundigen blijkt dat verzoeker op dit moment onvoldoende in staat wordt geacht zijn eigen belangen goed waar te nemen en het hem aan ziekte-inzicht ontbreekt. Daarom bepaalt de rechtbank verder dat een eventueel volgend verzoek tot wraking van deze rechter in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen.

4.De beslissing

De rechtbank:
- wijst het verzoek tot wraking af;
- bepaalt dat de behandeling van de onderliggende zaak (met zaaknummer C/01/370289 / FA RK 21-1914) zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de indiening van het verzoek;
- bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking van deze rechter in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen.
Deze beslissing is gegeven op 20 mei 2021 door mr. I.L.A. Boer, voorzitter, mr. M.F.M.T. Franke en mr. F.E. Roll, leden, in aanwezigheid van mr. J.R. Leegsma, griffier.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat
geenrechtsmiddel open.