Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.[verzoekers]
1.De procedure
- het schriftelijke wrakingsverzoek, met bijlagen, van 17 mei 2021
- de aanvulling op het wrakingsverzoek, met bijlagen, van 20 mei 2021.
Rechtbank Oost-Brabant
Verzoekers hebben een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. H.T.J.F. Verhappen, rechter in de rechtbank Oost-Brabant, in een civiele zaak waarin zij eisers waren. Het verzoek werd gedaan na de mondelinge behandeling en de daaropvolgende mondelinge uitspraak van de rechter op 12 mei 2021.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van de wettelijke criteria voor wraking, waarbij onpartijdigheid van de rechter centraal staat. De wet vereist dat wraking tijdig wordt ingediend en dat er concrete omstandigheden zijn die de schijn van partijdigheid rechtvaardigen. In dit geval werd het verzoek pas na het eindvonnis ingediend, hetgeen volgens de wet niet is toegestaan.
Daarom verklaarde de wrakingskamer het verzoek niet-ontvankelijk zonder mondelinge behandeling, conform artikel 5 lid 2 onder Pro d van het Wrakingsprotocol van 2 maart 2021. De beslissing werd op 8 juni 2021 door de meervoudige wrakingskamer in het openbaar uitgesproken. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Wrakingsverzoek afgewezen wegens indiening na eindvonnis, niet-ontvankelijk verklaard.