ECLI:NL:RBOBR:2021:2965
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening WW-uitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker ontvangt sinds 2016 een bijstandsuitkering en stelt recht te hebben op een WW-uitkering. Het UWV heeft echter besloten de WW-uitkering niet uit te betalen, waarop verzoeker bezwaar maakte dat ongegrond werd verklaard. Verzoeker stelde dat de bijstandsuitkering substantieel lager is dan de WW-uitkering en verzocht om een voorlopige voorziening tot betaling van een voorschot.
De voorzieningenrechter beoordeelde of sprake was van onverwijlde spoed, een vereiste voor het treffen van een voorlopige voorziening. Hierbij is relevant of verzoeker in een situatie van acute financiële nood verkeert of anderszins onomkeerbare nadelen dreigt te ondervinden.
De voorzieningenrechter constateerde dat verzoeker met de bijstandsuitkering in zijn levensonderhoud kan voorzien en dat niet is gesteld of onderbouwd dat sprake is van acute financiële nood of een onomkeerbare situatie zoals faillissement of huisuitzetting. Daarom is niet voldaan aan de spoedeisendheidseis.
Gelet hierop werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening voor betaling WW-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van onverwijlde spoed.