ECLI:NL:RBOBR:2021:3185

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
18 juni 2021
Publicatiedatum
2 juli 2021
Zaaknummer
C/01/371633 / FA RK 21-2610
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

De rechtbank Oost-Brabant heeft op 18 juni 2021 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene kampt met een psychotische stoornis en een matige stoornis in het gebruik van cannabis, wat leidt tot ernstig nadeel en aanzienlijke risico's op levensgevaar voor zichzelf en anderen.

Tijdens de mondelinge behandeling, die vanwege COVID-19 via Skype plaatsvond, zijn medische verklaringen, zorgplannen en verklaringen van de psychiater en basisarts besproken. De rechtbank concludeert dat vrijwillige zorg niet mogelijk is omdat betrokkene onvoldoende ziekte-inzicht heeft en ambivalent is over medicatie en cannabisgebruik.

De rechtbank acht verplichte zorg noodzakelijk, waaronder medicatie, bewegingsbeperkingen, insluiting en opname in een accommodatie. Hoewel de advocaat vroeg om maximale duur per zorgvorm, wijst de rechtbank dit af omdat de duur niet vooraf te voorspellen is en afhankelijk is van de medische situatie. De zorgmachtiging wordt verleend voor zes maanden, tot 18 december 2021.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg aan betrokkene voor de duur van zes maanden.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OOST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer : C/01/371633 / FA RK 21-2610
Uitspraak : 18 juni 2021

Beschikking betreffende een machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

van de rechtbank Oost-Brabant naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van:
[naam betrokkene]
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
wonende in [woonplaats] aan [adres] ,
verblijvende in [verblijfplaats]
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. J.C. Bruin.

Het procesverloop

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 8 juni 2021, heeft de officier van justitie verzocht om een machtiging tot het verlenen van verplichte zorg.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • de medische verklaring van 5 juni 2021;
  • het zorgplan;
  • de zorgkaart;
  • de bevindingen van de geneesheer-directeur;
  • de aanvraag voorbereiding verzoekschrift van een zorgmachtiging;
  • gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen.
De behandeling van het verzoek heeft op 18 juni 2021 via een skypeverbinding
plaatsgevonden, omdat als gevolg van het COVID-19-virus geen mondelinge behandeling in elkaars aanwezigheid op de verblijfplaats van betrokkene kan plaatsvinden.
De rechtbank heeft de volgende personen gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [naam], psychiater;
  • [naam], basisarts.

De beoordeling

Op grond van de stukken en de mondelinge behandeling is de rechtbank van oordeel dat ten aanzien van betrokkene sprake is van ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat met name uit het aanzienlijk risico op levensgevaar voor betrokkene en anderen. Daarnaast bestaat voor betrokkene en anderen het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel en voor betrokkene het aanzienlijk risico op ernstige psychische schade en een ernstig verstoorde ontwikkeling. Betrokkene heeft in het verleden enkele suïcidepogingen gedaan. Op dit moment heeft hij geen suïcidale gedachten. In het afgelopen jaar heeft betrokkene een aantal ernstige agressieve incidenten meegemaakt. Hij heeft ernstige agressie laten zien tegenover zijn familieleden en ook tegenover personeel van de accommodatie. Verder gebruikt betrokkene in de thuissituatie dagelijks cannabis. Dit kan leiden tot een verstoring in zijn ontwikkeling.
Het ernstige vermoeden bestaat dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag van betrokkene dat voortvloeit uit een psychische stoornis in de vorm van een psychotische stoornis, mogelijk in het kader van een schizofreniespectrumstoornis of een schizoaffectieve stoornis en een matige stoornis in het gebruik van cannabis.
Betrokkene heeft zorg nodig om het ernstig nadeel af te wenden.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene heeft ziektebesef, maar zijn ziekte-inzicht is nog niet optimaal. Betrokkene heeft een ambivalente houding tegenover de medicatie en onderschat de ernst van zijn cannabisgebruik. Tijdens de opname werkt betrokkene goed samen met de behandelaars. Bij zijn ontslag uit de accommodatie is betrokkene doorgaans gemotiveerd om ambulant verder behandeld te worden. In het verleden is echter gebleken dat die motivatie geen standhoudt en betrokkene zich later weer onttrekt aan de zorg. In mei 2021 heeft dit nog geleid tot een opname met een crisismaatregel. Verplichte zorg is dus nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
  • toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • beperken van bewegingsvrijheid;
  • insluiten;
  • opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
Anders dan de advocaat heeft betoogd, is de rechtbank van oordeel dat “insluiten” nog steeds noodzakelijk is voor betrokkene. Betrokkene is recent nog gedecompenseerd en daarvan nog niet volledig hersteld. Tijdens decompensaties is betrokkene bekend met zeer ernstige agressie-incidenten. Tijdens de huidige opname is het nog nodig geweest om betrokkene in te sluiten. Het is daarom reëel dat dit opnieuw nodig zal zijn.
De advocaat heeft gevraagd om voor “insluiten” en “opnemen in een accommodatie” een maximale duur op te nemen per keer dat deze vormen van zorg worden ingezet. De rechtbank gaat niet mee in dit verzoek. Zoals de psychiater en basisarts hebben toegelicht, kan vooraf niet worden voorspeld hoe lang een bepaalde vorm van zorg nodig zal zijn. Dat eerdere opnames niet langer dan zes weken hebben geduurd, betekent niet dat dit in de toekomst zo zal blijven. Het is immers mogelijk dat betrokkene in de toekomst minder goed reageert op medicatie. Bovendien kan de herstelperiode langer worden naarmate iemand vaker is gedecompenseerd. De rechtbank kan daarom niet in de plaats van het behandelteam treden door termijnen aan de zorg te verbinden. Eén van de uitgangspunten van de Wvggz is overigens dat verplichte zorg nooit langer wordt ingezet dan noodzakelijk is.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden en geldt daarom tot en met 18 december 2021.

De beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[naam betrokkene]
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
  • toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • beperken van bewegingsvrijheid;
  • insluiten;
  • opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 december 2021;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. G. Aarts, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2021 in aanwezigheid van de griffier.
Conc: WLd(OB
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.