ECLI:NL:RBOBR:2021:3400
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid makelaar voor beroepsfouten bij bemiddeling tijdelijke verhuur woning
Eiser gaf opdracht aan gedaagde, een makelaarskantoor, om te bemiddelen bij de tijdelijke verhuur van zijn woning op basis van de Leegstandwet. De makelaar voerde onder meer een kredietcheck uit en vroeg de vergunning aan, maar stelde een huurovereenkomst op die niet voldeed aan de vereisten van de Leegstandwet. Eiser ontbond daarop de overeenkomst en vorderde schadevergoeding en betaling van de waarborgsom.
De rechtbank oordeelt dat de makelaar niet bevoegd was om zonder schriftelijke volmacht een huurovereenkomst te sluiten, maar dat eiser desalniettemin heeft ingestemd met de verhuur aan de huurders. De huurovereenkomst voldeed echter niet aan de eisen van de Leegstandwet, waardoor gedaagde tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen. Tevens heeft de makelaar nagelaten de medehuurder adequaat te screenen.
De rechtbank wijst de vorderingen deels toe: gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding en de waarborgsom, met rente, maar andere schadeposten worden afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De makelaar wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding en waarborgsom wegens tekortkomingen bij bemiddeling tijdelijke verhuur.