De rechtbank Oost-Brabant behandelde een geschil tussen ex-partners over de vaststelling van kinderalimentatie en de opname van een ouderschapsplan. Partijen hebben twee kinderen en gezamenlijk gezag, waarbij de kinderen hun hoofdverblijf bij de vrouw hebben. De vrouw verzocht om kinderalimentatie van €268,50 per kind per maand vanaf mei 2019, terwijl de man een lager bedrag en een latere ingangsdatum betwistte.
Partijen ondertekenden eind februari 2021 een ouderschapsplan, dat de rechtbank opnam in de beschikking. De rechtbank stelde de kinderalimentatie vast op €263 per kind per maand, ingaande 1 januari 2021, omdat de man tot eind 2020 al substantieel bijdroeg. De behoefte van de kinderen werd vastgesteld op €1.012 per maand. De draagkracht van de man werd berekend op €1.223 per maand en die van de vrouw op €183 per maand, rekening houdend met inkomen, vaste lasten, en bijzondere omstandigheden zoals een kredietlast en de zorg voor de kinderen.
De rechtbank paste een zorgkorting van 35% toe en bepaalde dat de man de alimentatie vooruit moet betalen. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten bij het gerechtshof.