Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
De beoordeling van het ten laste gelegde
De bewezenverklaring.
werd maisvoermeel gelost via de graanschuiven terwijl de oplegger in maximale kiepstand stond waardoor er te veel druk ontstond op de klapdeur. welke daardoor zeker als één of meer veiligheidsgrendels niet goed vergrendeld waren plotseling open kon gaan met als gevolg dat de zware lading kon uitstromen en terecht kon komen op diegene die zich op dat moment achter de oplegger/kipper bevond;
dat het gevaar te worden getroffen of geraakt door voorwerpen of producten niet werd voorkomen dan wel niet zoveel mogelijk werd beperkt;
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf.
De vordering van de benadeelde partij [persoon 1]
Toepasselijke wetsartikelen.
- 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 51, 57, 63, 307 van het Wetboek van Strafrecht;
- 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten;
- 3, 5, 8 en 32 van de Arbeidsomstandighedenwet;
- 7.4, 3.17 van het Arbeidsomstandighedenbesluit.
DE UITSPRAAK
legt op de volgende straf
taakstrafvoor de duur van
120 uren,subsidiair 60 dagen hechtenis indien veroordeelde deze taakstraf niet of niet naar behoren verricht
40 uren,te vervangen door 20 dagen hechtenis indien veroordeelde deze taakstraf niet of niet naar behoren verricht,
niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat veroordeelde zich voor het einde van een
proeftijd van drie jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij
niet ontvankelijkin de vordering. Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden begroot op nihil.