ECLI:NL:RBOBR:2021:3950
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.E.G. Peters
- M.T. van Vliet
- R. van den Munckhof
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid lozen drugsafval
De rechtbank Oost-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het lozen van gevaarlijke afvalstoffen afkomstig van de vervaardiging van synthetische drugs op of rond 24 maart 2019 te Eindhoven.
De officier van justitie stelde dat verdachte betrokken was bij het huren van een vrachtwagen en het lozen van afvalstoffen, wat nadelige milieugevolgen kon veroorzaken. De verdediging betoogde dat er onvoldoende bewijs was dat verdachte de vrachtwagen daadwerkelijk had gehuurd en dat hij wetenschap had van het lozen van drugsafval.
De rechtbank stelde vast dat verdachte waarschijnlijk de vrachtwagen had gehuurd, maar vond geen wettig en overtuigend bewijs dat hij wist van of betrokken was bij het lozen van het drugsafval. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlasteleggingen.
Het vonnis werd gewezen door een meervoudige kamer en uitgesproken op 27 juli 2021.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij het lozen van drugsafval.