ECLI:NL:RBOBR:2021:4050
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ontheffing verbod dragen en vervoeren nep-IED’s en onklaar gemaakte handgranaten voor trainingsdoeleinden
Eiser, voormalig instructeur bij de Explosieve Opruimingsdienst en nu ondernemer, verzocht om ontheffing van het verbod op het dragen en vervoeren van nep-IED’s en drie onklaar gemaakte handgranaten voor trainingsdoeleinden. De minister wees dit verzoek af vanwege het restrictieve beleid omtrent categorie I-wapens en het ontbreken van een redelijk belang of bijzondere omstandigheden die ontheffing rechtvaardigen.
De korpschef van de Nationale Politie had positief geadviseerd, maar de minister gaf aan dat dit advies niet leidend is en dat het belang van de veiligheid zwaarder weegt. Eiser stelde dat hij met zijn bedrijf trainingen wil geven aan beveiligers en andere doelgroepen, maar kon niet aantonen dat hij een afzetmarkt heeft of dat het gebruik van nep-IED’s noodzakelijk is gezien de beschikbare computer based trainingsapparatuur.
De rechtbank oordeelde dat de minister zich redelijk heeft kunnen opstellen en dat eiser onvoldoende heeft gemotiveerd waarom ontheffing noodzakelijk is. Ook het ontbreken van een verklaring van een wapenhandelaar over de onklaar gemaakte handgranaten en het risico dat eiser zijn onderneming zonder zekerheid is gestart, wegen mee in het oordeel. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van de minister om geen ontheffing te verlenen is ongegrond verklaard.