Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Het bewijs en de bewezenverklaring.
Ik schiet je”. [7] Verdachte heeft vervolgens vanaf relatief korte afstand een kogel afgevuurd in de richting van het slachtoffer. Hij schoot volgens eigen zeggen vanuit de heup. Het slachtoffer is op ongeveer dezelfde hoogte, namelijk in zijn bovenbeen geraakt. Dit laat zich lastig verenigen met de verklaring van verdachte dat hij richting de grond schoot. Het slachtoffer heeft verder geen grote afstand kunnen overbruggen tussen het afvuren van het schot en het moment van impact. Dit betekent dat de baan van de kogel zich dichtbij het lichaam van het slachtoffer bevond. Dat het slachtoffer in beweging was, was zichtbaar voor verdachte en ook voorzienbaar na zijn mededeling dat hij hem zou gaan schieten.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en maatregel.
- gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht;
- terbeschikkingstelling met voorwaarden zoals vermeld in het reclasseringsrapport d.d. 18 juni 2021 en de dadelijke uitvoerbaarheid daarvan.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] .
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
poging tot doodslag.
gevangenisstrafvoor de duur van
3 jarenmet aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht .