De rechtbank Oost-Brabant behandelde op 2 februari 2021 meerdere beroepen van omwonenden en een stichting tegen de omgevingsvergunning voor het tijdelijk plaatsen van een geldkiosk aan een locatie in Beek en Donk. De vergunning werd verleend voor een periode van tien jaar en omvatte het bouwen en afwijken van het bestemmingsplan vanwege een oppervlakte van 18 m2, terwijl het bestemmingsplan 15 m2 toestaat.
De eisers stelden onder meer dat er onvoldoende overleg was geweest, dat het parkeeronderzoek niet deugdelijk was, dat het woon- en leefklimaat zou worden aangetast, dat verkeersveiligheid onvoldoende was onderzocht, dat de maatvoering onduidelijk was en dat alternatieve locaties onvoldoende waren onderzocht. De rechtbank oordeelde dat er geen wettelijke verplichting was voor overleg vooraf, dat het parkeeronderzoek toereikend was gezien de omstandigheden, en dat de afwijking van het bestemmingsplan niet leidde tot onevenredige nadelen.
Verder concludeerde de rechtbank dat de extra verlichting en camera's geen onevenredige inbreuk maken op privacy en leefklimaat, dat de verkeersveiligheid niet onevenredig wordt geschaad, en dat de maatvoering conform de vergunningstekening is vastgesteld. Ook waren alternatieven niet aannemelijk beter. De beroepen werden ongegrond verklaard en de vergunning bleef in stand.