ECLI:NL:RBOBR:2021:4331
Rechtbank Oost-Brabant
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schorsing voorlopige hechtenis wegens eerdere onttrekking en onduidelijke detentiefasering
Op 6 mei 2021 heeft de rechtbank Oost-Brabant de voorlopige hechtenis van verdachte bevolen voor de duur van 90 dagen. Verdachte heeft een verzoek ingediend tot schorsing van deze voorlopige hechtenis, waarbij werd overwogen dat het uitzitten van een onherroepelijke gevangenisstraf in beginsel een gunstigere vorm van vrijheidsbeneming kan zijn dan voorlopige hechtenis.
De rechtbank heeft het verzoekschrift, het standpunt van de officier van justitie en het strafdossier bestudeerd en partijen gehoord. De rechtbank constateert dat verdachte zich eerder tijdens verlof aan het toezicht heeft onttrokken en daarbij mogelijk een soortgelijk feit heeft gepleegd.
Daarnaast is er onduidelijkheid over de detentiefasering op korte termijn, waardoor er contra-indicaties zijn voor schorsing. Om die redenen wijst de rechtbank het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af.
Uitkomst: Verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen vanwege eerdere onttrekking en onduidelijke detentiefasering.