Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
zware grondenvermeld dat eiser:
3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;
3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;
en als
lichte grondenvermeld dat eiser:
4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;
4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan;
4e. verdachte is van enig misdrijf dan wel daarvoor is veroordeeld.
daadwerkelijk en effectiefvertrek en mag het oude verblijf niet worden voortgezet. Er is een verwijderingsbesluit genomen en deze is op 13 oktober 2020 aan eiser uitgereikt, hij diende binnen 28 dagen Nederland te verlaten. Eiser heeft verklaard pas in maart 2021 Nederland te zijn uitgereisd. Daarmee heeft hij Nederland niet tijdig, dat wil zeggen binnen de gegeven termijn van 28 dagen, verlaten. Hij heeft zich in Roemenië laten opnemen in een verslavingskliniek. Nadat eiser de kliniek had verlaten heeft hij, blijkens het proces-verbaal van het inbewaringstellingsgehoor op 29 juli 2021, gewacht op het moment dat hij weer naar Nederland kon vliegen. Eiser heeft daarmee naar het oordeel van de rechtbank Nederland niet alleen niet binnen de gestelde vertrektermijn verlaten, maar is kennelijk ook steeds van plan geweest weer zo snel mogelijk terug te keren naar Nederland. Bovendien is, nadat eiser is teruggekeerd in Nederland, de situatie onveranderd hetzelfde ten opzichte van de situatie voor zijn vertrek naar Roemenië. Zo heeft eiser zijn gestelde werk bij IKEA na terugkomst uit Roemenië niet onderbouwd en is hij nog steeds dakloos en verslaafd en daarmee dus nog steeds een overlastgever.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.