ECLI:NL:RBOBR:2021:4739
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Vernietiging sluitingsbesluit woning op grond van artikel 13b Opiumwet wegens onvoldoende noodzaak
De burgemeester van Heusden besloot op grond van artikel 13b van de Opiumwet een woning te sluiten voor drie maanden vanwege de aanwezigheid van een handelshoeveelheid hennep. Verzoekster, eigenaar en bewoonster van de woning, maakte bezwaar en stelde dat de hennep niet meer verhandelbaar was en dat de sluiting onevenredig was vanwege haar gezinssituatie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat hoewel sprake was van een handelshoeveelheid softdrugs, er geen aanwijzingen waren voor feitelijke handel of overlast in of rond de woning. Het aanvullend proces-verbaal van de politie onderbouwde de noodzaak tot sluiting onvoldoende, vooral omdat er geen concrete overlast of kwetsbaarheid van de omgeving was vastgesteld.
Verder werd overwogen dat persoonlijke verwijtbaarheid niet vereist is, maar verzoekster redelijkerwijs op de hoogte kon zijn van de drugs in haar woning. De voorzieningenrechter vond de sluiting niet onevenredig, maar concludeerde dat de noodzaak tot sluiting onvoldoende was aangetoond.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen. De voorzieningenrechter deed zelf uitspraak in de zaak en wees de burgemeester aan om de griffierechten en proceskosten aan verzoekster te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot sluiting van de woning wordt vernietigd en herroepen.