PEP Onderhoud Service B.V. werd failliet verklaard op 7 augustus 2012. De curator vorderde dat de bestuurders en feitelijk beleidsbepaler aansprakelijk werden gesteld wegens kennelijk onbehoorlijke taakvervulling die het faillissement zou hebben veroorzaakt. De gedaagden voerden verjaring aan en betwistten de causaliteit.
De rechtbank oordeelde dat de verjaring van de vorderingen jegens één gedaagde niet rechtsgeldig was gestuit, waardoor die vorderingen verjaard zijn. Voor de andere gedaagden was de verjaring wel gestuit voor vorderingen op grond van schending van de boekhoudplicht, maar niet voor andere verwijten. De curator kon niet aannemelijk maken dat de gebrekkige debiteurenadministratie een belangrijke oorzaak van het faillissement was, mede gelet op externe omstandigheden zoals de financiële crisis en persoonlijke problemen van een bestuurder.
De rechtbank verwierp daarom alle vorderingen van de curator en veroordeelde hem in de proceskosten. Wel werd het liquidatietarief verhoogd vanwege de ongestructureerde dagvaarding die onnodige kosten veroorzaakte.