Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 14 september 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de Werkgroep Natuur en Landschap Oost-, West- en Middelbeers e.o., verder te noemen: de Werkgroep), (gemachtigde:
Procesverloop
€ 15.000,00;
29 november 2019 heeft verweerder het besluit bekendgemaakt (het primaire besluit). Daarbij heeft verweerder eiser een last onder dwangsom opgelegd, waarbij eiser wordt geboden om te stoppen met het vellen en verwijderen van houtopstanden, op straffe van de verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per week dat de werkzaamheden niet daadwerkelijk zijn gestaakt of gestaakt zijn geweest, met een maximum van € 25.000,00.
23 maart 2021. Eiser en zijn partner zijn verschenen, vergezeld van de gemachtigde en
mr. M. Toonders. Namens verweerder zijn mr. C.W.M. van Alphen en mr. M. Stoof verschenen. Namens de Werkgroep zijn [naam] , [naam] en [naam] verschenen en de gemachtigde.
Overwegingen
1 mei 2020 een primair besluit is. Dit bezwaarschrift heeft verweerder doorgezonden naar de rechtbank. De Werkgroep heeft ook beroep ingesteld tegen het besluit van 1 mei 2020. Dat beroep is geregistreerd onder zaaknummer SHE 20/1558.
Beslissing
- verklaart het beroep, voor zover dit is gericht tegen het bestreden besluit onderdeel B, ten aanzien van de vijfde last niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep, voor zover dit is gericht tegen de overige besluitonderdelen in het bestreden besluit ongegrond.