Partijen hadden een affectieve relatie en woonden samen in een chalet op een vakantiepark. Na beëindiging van de relatie werd het eigendom van het chalet aan de man toegekend en werd de vrouw veroordeeld het chalet te ontruimen binnen 14 dagen, onder dreiging van dwangsommen.
De vrouw vorderde in kort geding de opheffing van de dwangsommen, schorsing van de executie en verwijdering van het chalet, terwijl de man in reconventie betaling van de verbeurde dwangsommen vorderde.
De rechtbank oordeelde dat alleen de rechter die de dwangsom heeft opgelegd deze kan wijzigen, en dat de vrouw het chalet niet tijdig had ontruimd, waardoor dwangsommen zijn verbeurd. De vordering tot verwijdering van het chalet werd afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en onvoldoende grondslag.
De vrouw werd veroordeeld tot betaling van een voorschot van € 23.900 aan dwangsommen, en de proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.