De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor het plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarige tussen 2003 en 2005. Hoewel in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend zou zijn, is rekening gehouden met het lange tijdsverloop van zestien jaar zonder nieuwe strafbare feiten, de volledige medewerking van verdachte aan het onderzoek en de verspreiding van een pamflet in zijn woonomgeving. Daarom is een gevangenisstraf van drie maanden voorwaardelijk opgelegd met een proeftijd van één jaar.
De tenlastelegging betrof diverse seksuele handelingen met het slachtoffer, die destijds tussen twaalf en zestien jaar oud was. De verklaringen van verdachte en slachtoffer verschilden op enkele punten, waardoor de rechtbank alleen de feiten bewezen verklaarde waarover beide partijen overeenstemden. Verdachte werd vrijgesproken van de ernstiger beschuldigingen van vaginale en anale penetratie.
De benadeelde partij vorderde materiële en immateriële schadevergoeding. De rechtbank wees €1.000 toe als immateriële schadevergoeding vanwege de ernstige inbreuk op de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer. De vorderingen voor studiekosten, medicatie en parkeerkosten werden afgewezen of niet-ontvankelijk verklaard vanwege onvoldoende bewijs of omdat deze vorderingen bij de civiele rechter moeten worden ingediend.
De rechtbank legde tevens een schadevergoedingsmaatregel op en bepaalde dat gijzeling kan worden toegepast bij niet-betaling. De straf en schadevergoeding weerspiegelen de ernst van het bewezen verklaarde, rekening houdend met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het tijdsverloop.