Partijen zijn ex-echtelieden met gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind. Na de echtscheiding is de moeder meerdere malen verhuisd met het kind zonder voorafgaande toestemming van de vader, waaronder een recente verhuizing naar een andere regio en inschrijving op een nieuwe school zonder instemming van de vader of vervangende toestemming van de rechter.
De vader vordert in kort geding dat de moeder wordt veroordeeld om binnen twee weken terug te verhuizen met het kind naar de regio waar het hoofdverblijf was gevestigd en het kind terug te plaatsen op de oude basisschool. De moeder stelt dat zij vrij is om te verhuizen en dat zij achteraf vervangende toestemming zal vragen, maar erkent dat zij geen toestemming vooraf heeft gevraagd.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de moeder zich schuldig heeft gemaakt aan eigenrichting door zonder toestemming te verhuizen en dat het belang van het kind en het gezamenlijk gezag vereisen dat de moeder terugverhuist. De vorderingen worden toegewezen en er wordt een dwangsom opgelegd voor het geval de moeder niet binnen de gestelde termijn voldoet. De proceskosten worden gecompenseerd tussen partijen.