Uitspraak
DE KANTONRECHTER IN EINDHOVEN
[eiser] , wonend in [woonplaats 1] ,
[gedaagde 1] , wonend in [woonplaats 2] ,
Procedure
- de dagvaarding
- het antwoord
- de aantekeningen van de skypezitting
Rechtbank Oost-Brabant
Eiser huurde een bedrijfsruimte van gedaagden en verstrekte bij aanvang een bankgarantie van €7.260,-. Na beëindiging van de huurovereenkomst op 30 september 2019 incasseerden gedaagden de borg voor herstelkosten. Eiser stelde dat te veel was ingehouden en vorderde terugbetaling van het teveel.
De kantonrechter beoordeelde de diverse kostenposten en stelde vast dat het inspectierapport van 30 september 2019, dat eiser had ondertekend, leidend was voor de vaststelling van herstelwerkzaamheden. Eiser had voldoende gelegenheid gehad om de staat van de bedrijfsruimte te inspecteren en was aansprakelijk voor de in het rapport genoemde gebreken. Kosten voor herstel van niet in het rapport genoemde gebreken werden niet toegewezen.
Uiteindelijk werd geoordeeld dat gedaagden terecht €2.123,67 van de borg hadden ingehouden, zodat eiser recht had op terugbetaling van €5.136,33 plus wettelijke rente vanaf 9 oktober 2020. Daarnaast werden buitengerechtelijke incassokosten van €506,82 en proceskosten aan eiser toegewezen.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot terugbetaling van €5.136,33 plus rente en incassokosten aan eiser.