Op 4 oktober 2019 vond een confrontatie plaats bij de woning van verdachte tussen hem, zijn zoon en het slachtoffer. Verdachte en zijn zoon gaven aan dat het slachtoffer als eerste sloeg, waarna verdachte met een knuppel sloeg en zijn zoon met een machete stak.
De officier van justitie beschouwde het medeplegen van poging zware mishandeling als bewezen, terwijl de verdediging stelde dat verdachte niet wist van het mes en dat het slaan met een kleine knuppel geen poging tot zwaar letsel was.
De rechtbank oordeelde dat verdachte de deur opendeed en zijn zoon pas later met het kapmes arriveerde, zonder dat verdachte wist van het mes of dit had goedgekeurd. Er was geen gezamenlijk plan of bewuste samenwerking voor het steken met de machete.
Daarnaast werd het slaan met een kleine houten knuppel niet als poging tot zwaar lichamelijk letsel gezien vanwege de geringe kans op ernstig letsel.
Daarom kon het ten laste gelegde niet worden bewezen en sprak de rechtbank verdachte vrij. De vordering van het slachtoffer tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard.