Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De vordering.
2.Inleiding.
3.De beoordeling.
4.Het wederrechtelijk verkregen voordeel.
5.De verplichting tot betaling.
- het in artikel 311, eerste lid, Sv bedoelde moment waarop de officier van justitie uiterlijk bij gelegenheid van zijn requisitoir in de hoofdzaak in eerste aanleg zijn voornemen kenbaar maakt een ontnemingsvordering aanhangig te zullen maken, of
- het moment waarop de betrokkene ervan op de hoogte geraakt dat tegen hem een strafrechtelijk financieel onderzoek als bedoeld in artikel 126 Sv Pro is ingesteld, of
- het moment waarop de in artikel 511b Sv bedoelde vordering aan de betrokkene is betekend.