Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 oktober 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant, verweerder
Procesverloop
€ 303.000. In het aanslagbiljet is ook de aanslag onroerendezaakbelastingen (OZB) voor het kalenderjaar 2020 bekend gemaakt.
Overwegingen
M. Pannekoek en D. van der Heijden-Gloudemans. Ter zitting heeft verweerder geconstateerd dat abusievelijk een onjuiste waardematrix is gevoegd bij het taxatierapport. Met instemming van eisers gemachtigde heeft verweerder de juiste waardematrix overgelegd.
Overigens volgt uit de rechtspraak dat instructies van de Waarderingskamer geen richtlijnen zijn waaraan de rechter zich gebonden moet voelen. Deze in de Waarderingsinstructie vermelde regel is enkel een door de Waarderingskamer opgenomen regel in het kader van haar toezichthoudende taak bij de uitvoering van de Wet WOZ door de gemeentes.
Ook wat betreft bouwstijl – het zijn hoekwoningen – zijn de woningen vergelijkbaar. De vergelijkingsobjecten hebben iets minder inhoud (te weten 321 of 322 m³), beschikken deels over vergelijkbare bijgebouwen, en zijn ook wat betreft de overige waardebepalende elementen goed vergelijkbaar.
Voor het onderhoudsniveau heeft de taxateur het onderhoud van de woning als gemiddeld (3) getaxeerd. Daarbij heeft hij geconstateerd dat [adres] en [adres] een beter onderhoudsniveau hebben (4, goed) en [adres] een vergelijkbaar onderhoudsniveau heeft. Dit heeft erin geresulteerd dat voor de woning een prijs van € 436 per m³ is gehanteerd. Na bestudering van de ter zitting overgelegde waardematrix heeft de gemachtigde van eiser verklaard dat verweerder in die matrix voldoende de gedateerdheid van de woning en het matige onderhoud tot uitdrukking heeft gebracht.
Daar komt nog bij dat verweerder zowel in het verweerschrift als ter zitting heeft meegedeeld dat het niet is toegestaan alle gebruikte marktgegevens per segment in bulk te verstrekken (aan derden). De algemene leveringsvoorwaarden van het kadaster verbieden dat. Overtreding van dit voorschrift zou leiden tot een verbod tot het verder afnemen van diensten van het kadaster, waardoor verweerder niet meer in staat is zijn belastingtaken uit te voeren. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat voldoende inzicht is geboden in de gehanteerde indexering en ziet geen aanleiding verweerder op te dragen, zo dat al mogelijk is, alle onderbouwende verkoopgegevens te verstrekken. Verweerder heeft met de toelichting in het verweerschrift en de daarbij verstrekte bijlage met de toegepaste indexering, zoals die tot stand is gekomen op de wijze als hiervoor is weergegeven, in voldoende mate inzicht geboden in de gehanteerde indexering van de (drie) gebruikte verkooptransacties.