Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOBR:2021:5515

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
17 juni 2021
Publicatiedatum
19 oktober 2021
Zaaknummer
WR 21/022
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Wetboek van Burgerlijke RechtsvorderingArt. 39 lid 5 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen van partijdigheid

Verzoeker, bestuurder van een besloten vennootschap, diende een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter in een lopende kantonzakenprocedure. Het verzoek betrof vermeende onpartijdigheid van de rechter, gebaseerd op persoonlijke beweringen en een handgeschreven brief met ongefundeerde beschuldigingen.

De rechtbank oordeelde dat een rechter alleen gewraakt kan worden bij bijzondere omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid opleveren. Verzoeker heeft echter geen concrete feiten of omstandigheden aangevoerd die deze zware aanwijzing ondersteunen.

Daarom bestond geen reden voor een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek. De rechtbank wees het verzoek af en bevestigde daarmee het uitgangspunt van onpartijdigheid van rechters, tenzij zwaarwegende aanwijzingen anders aantonen.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens het ontbreken van gegronde aanwijzingen van partijdigheid.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK OOST-BRABANT

Wrakingskamer
zaaknummer: WR 21/022
Beslissing van 17 juni 2021
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek ex artikel 36
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van
[verzoeker], wonende te [woonplaats]
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. M.F.M.T. Franke
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.

1.De procedure

Verzoeker is bestuurder van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [naam] B.V. (hierna: [naam] ). [naam] is gedaagde in de kantonzaak met zaaknummer 9079980 CV EXPL 21-1258. Eiseres in de zaak is de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [naam] B.V.
Bij vonnis van 29 april 2021 is bepaald dat de zaak zal worden behandeld op de (online-) zitting van 3 juni 2021 om 15:45 uur en dat de rechter de behandelend rechter is.
Verzoeker heeft bij e-mail van 3 juni 2021 om 09:28 uur een wrakingsverzoek ingediend. In verband hiermee is de zitting van 3 juni 2021 niet doorgegaan.

2.De beoordeling

2.1
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.
2.2
Verzoeker heeft in zijn e-mail van 3 juni 2021 om 09:28 uur het volgende aangegeven:
“Nu gaan we niet meer verder met de poppenkast. Lang genoeg voor de gek gehouden, en hebben geprobeerd mij te laten vermoorden”.Als bijlage bij zijn e-mail heeft verzoeker onder meer meegezonden een door hem met de hand geschreven brief van 3 juni 2021, gericht aan de wrakingskamer. In die brief staat het volgende: “
Met deze onzin worden we bezig gehouden voor de lol van de ambtenaar onder het noodbevel. Zie bijlage. In augustus 2020 was er een poging tot moord in opdracht, ookgemeenteburgemeesters wisten er van. Dit ligt bij de president vd rechtbank Arnhem.”
2.3
Naar het oordeel van de rechtbank is wat verzoeker heeft opgemerkt in zijn e-mail en brief van 3 juni 2021 op geen enkele wijze te relateren aan de rechter. Verzoeker heeft aan zijn verzoek tot wraking in het geheel geen feiten of omstandigheden ten grondslag gelegd die een aanwijzing zouden kunnen opleveren voor het aannemen van partijdigheid van de rechter. Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.

3.De beslissing

De rechtbank wijst het verzoek tot wraking af.
Deze beslissing is gegeven op 22 juni 2021 door mr. J.W. Brunt, voorzitter,
mr. V.R. de Meyere en mr. J.H.L.M. Snijders, leden, in aanwezigheid van mr.
J.R. Leegsma, griffier.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat
geenvoorziening open (artikel 39 lid 5 Rv Pro)