Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
zijnde hennep en hasjiesj (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
De formele voorvragen.
Bewijs
zijnde hennep en hasjiesj middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;
De strafbaarheid van de feiten.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf.
- verdachte heeft de door hem gepleegde strafbare feiten toegegeven en heeft direct de consequenties van zijn handelen ervaren doordat hij en zijn moeder geruime tijd op last van de burgemeester niet meer in hun huis mochten wonen;
- verdachte heeft er blijk van gegeven dat hij de ernst van het door hem aan zijn slachtoffer aangedane leed inziet en oprecht berouw heeft getoond;
- verdachte heeft vanaf 24 november 2020 tot op heden de voorwaarden die hem waren opgelegd bij schorsing van zijn voorlopige hechtenis goed nageleefd.