Eiseres heeft de arbeidsovereenkomst met haar langdurig zieke werkneemster opgezegd met een vergissing in de datum, waarbij zij uitging van een periode van 104 weken zoals in de Wet WIA, terwijl het wettelijke ontslagverbod twee jaar bedraagt volgens de artikelen 7:670 en 7:673 BW.
Het UWV wees de aanvraag tot compensatie van de betaalde transitievergoeding af omdat de opzegging volgens hen te vroeg was gedaan, namelijk vóór het einde van het ontslagverbod. Eiseres stelde dat zij de arbeidsovereenkomst slechts één dag te vroeg had beëindigd en dat de bedoeling was om te wachten tot het ontslagverbod was verstreken.
De rechtbank oordeelt dat deze administratieve vergissing moet worden geïnterpreteerd in het licht van de duidelijke bedoeling van eiseres en dat het ontslag geacht moet worden te hebben plaatsgevonden na het verstrijken van het ontslagverbod. Daarom is het beroep gegrond, wordt het bestreden besluit vernietigd en heeft eiseres recht op compensatie van de transitievergoeding.
De rechtbank veroordeelt het UWV tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.